Koningin Astrid van België, prinses van Zweden,

°Stockholm (Zweden), 5 november 1905 - +Küssnacht (Zwitserland), 29 augustus 1935.

 

 

 

 

 

Koningin Astrid, fee uit het hoge Noorden.

“Waarde landgenoten, de koningin…, onze koningin… is niet meer (…) ”, met deze ingrijpende woorden, maakte de toenmalige eerste minister, Paul van Zeeland1, het overlijden van de alomgeliefde koningin Astrid bekend. België is in rouw. De wereld is in rouw.

De vrouw die niet alleen koningin was, maar ook een moeder, een moeder voor alle Belgen, is niet meer… . Over het gehele land worden eerbetonen aan haar gehouden. Erediensten, extra edities van kranten, foto’s van de vorstin in etalages, … .

 

Op 29 augustus 2015 was het precies 80 jaar geleden zijn dat de geliefde koningin Astrid overleed tijdens een auto-ongeluk in het Zwitserse Küssnacht. Met deze ode en herinnering willen wij deze geliefde vorstin, die veel te vroeg van ons ontrukt is, nogmaals eren. Een eerbetoon aan haar, als dank voor wat zij voor de Belgen en voor België betekende, van koningin tot moeder, tot patrones van de armen, … .

JEUGD

 

Stockholm, 17 november 1905. Tussen de fjorden en de grote meren wordt te Stockholm de Zweedse prinses Astrid geboren. Een nieuwe telg binnen het regerende huis Bernadotte2. Ze is de dochter van de Zweedse prins Carl3, de derde zoon van de toenmalige koning Oscar II van Zweden4, en van prinses Ingeborg van Denemarken5. Deze was de dochter van de Deense koning Frederik VIII van Denemarken6. Prins Carl, naar de kleuren van zijn generaalsuniform, de “Blauwe Prins” genoemd is zeer geliefd bij het volk. Hij is immers voorzitter van het Zweedse Rode Kruis en zet zich, evenals zijn vrouw, belangeloos in voor goede doelen. Hoewel het huwelijk tussen Astrid’s ouders er een was behorende tot de categorie: “gearrangeerd”, hoewel hij er 36 was en zijn bruid amper 18, sloeg de vonk al gauw over en werd dit een waar sprookjeshuwelijk. Liefde en harmonie wisselden elkaar af in dit gezin, en ook de kinderen zouden dit gewaar worden in hun opvoeding.

 

Een groot deel van haar jeugd brengt Astrid samen met haar ouders, haar twee oudere zussen, Margaretha en Märtha, en haar jongere broer Carl Gustav door in villa Byströmska, in Djurgården. In deze koninklijke residentie is heden ten dage de Spaanse ambassade gevestigd. Tijdens de zomers verblijft het gezin in hun zomerpaleis “Fridheim”, wat letterlijk het huis van de vrede betekent, het gezin beleeft er hun mooiste tijden. Maar plots wordt het mooie geluk verstoord. In het land heerst er een crisis en door de crash van een Zweedse bank verliest prins Carl veel geld. Met pijn in het hart moet het gezin afscheid nemen van de villa en hun mooie open huis inruilen voor een appartement in de stad. Naar Deense traditie krast prinses Ingeborg met diamanten een boodschap in een venster: “Ik hoop dat wie hier na ons komt, hier even gelukkig zal worden als wij…”. Zowel Astrid als haar zussen en broer krijgen een heel aparte opvoeding voor die tijd. De drie dochters van de prins en prinses krijgen lessen huishoudkunde, en gaan hiervoor zelfs naar een speciale school. Dit was ongezien in de adel, zeker niet bij de hoge edelen! De kinderen groeiden op dicht bij het volk, dit zou later de populariteit van Astrid verklaren.

 

Omdat de Zweedse koning Gustav V7, de broer van prins Carl, geen dochters had, ging er veel persaandacht naar Astrid en haar twee zussen. Astrid was enorm gehecht aan Margaretha en Märtha. Aangezien de toenmalige koning, Gustav VIII, Astrid’s oom geen dochters had, ging er van bij hun jeugd veel persaandacht naar de dochters van de “blauwe prins” (de dochters van prins Carl nvdr.). Astrid had een enorm goede band met haar oom, de koning. Deze zou haar meer dan eens als zijn lievelingsnichtje beschouwen.

 

Astrid, haar zussen en broer krijgen een zo normaal mogelijke opvoeding. De prinsen volgen zelfs gewoon onderwijs, behalve Astrid. Zij is immers door een kinderziekte later aan haar school kunnen beginnen en volgde privé-lessen. Niettegenstaande deze situatie heeft Astrid veel vriendjes en vriendinnetjes. Op het paleis worden immers regelmatig feestjes voor haar en haar vrienden georganiseerd. Eén van hen is Anna Sparre, later zou ze de hartsvriendin van Astrid worden. Het boek dat ze later schreef: “Astrid, mijn vriendin” (orig. “Astrid, mon amie”) getuigt van deze intieme, doordringende vriendschap. Haar werk leert ons ook dat Astrid in haar jeugd een zeer verlegen meisje was, altijd begaan met het lot van de anderen.

MONSIEUR MISTERE.

 

In 1925 is kroonprins Leopold van België 24 jaar. De perfecte leeftijd om te huwen, de prins zelf heeft echter een moeilijk karakter en zal niet met de eerste de beste huwen. Hij wil een echtgenote die hij bemint, die hij lief heeft, van een gearrangeerd huwelijk wil hij dus zeker niets weten. Hij heeft wel zijn vader, Albert I, die het ook niet zo nauw neemt met het protocol, achter zich. Anderzijds wil zijn moeder dat zoonlief de dynastie zo gauw mogelijk verderzet, dat hij huwt en zo vlug mogelijk België een troonopvolger schenkt. Discreet gaat ze al op zoektocht naar enkele geschikte huwelijkskandidaten voor haar zoon.

 

Wanneer Astrid en Leopold elkaar voor het eerst ontmoetten is niet bekend. Wel is bekend dat Astrid met haar zus Märtha en haar moeder in 1925 ons land bezoekt. Ze zijn immers op bezoek bij een familielid in Spa. Daar zouden ze koningin Elisabeth ontmoet hebben. Deze ervaart de zussen als welopgevoede, eenvoudige vrouwen, ideaal als toekomstige schoondochter dus.

 

Leopold zou Astrid voor het eerst hebben ontmoet in december 1925. Dan reisde koningin Elisabeth met haar zoon naar Zweden, ze verbleven er incognito in het “Grand Hôtel” in Stockholm, op een boogscheut van het koninklijk paleis. Elisabeth reisde er onder de naam “Princesse de Réthie”8, Aanvankelijk was het de bedoeling om Leopold aan de twee zussen voor te stellen. Van bij het begin al gaat Leopold’s interesse vooral uit naar de vier jaar jongere Astrid. En beetje bij beetje slaat de vonk over. Koningin Astrid vertelde dit aan haar hartsvriendin Anna Sparre, ze wou echter nog niet kwijt wie het was, de vrouwen noemden hem “Monsieur Mistère”. In maart 1926 zou Leopold dan teruggekeerd zijn naar Zweden, om daar incognito te verblijven, samen met het prinseslijk gezin, in de zomerresidentie “Fridheim”. Leopold vertelde Astrid over hoe mooi België wel is, zij leert hem het Zweeds, hij haar de Franse taal. Later dat jaar gaat Leopold zelfs met Astrid op reis, ze bezoeken Parijs, de moezelstreek,… . Leopold schrijft aan zijn moeder: “Alles gaat goed, de bloemen zijn nog steeds mooi…, vooral de roos… . Ik was blij haar weer te zien, en het was wederzijds, denk ik”. Met de roos bedoelde Leopold Astrid, vanaf dit moment moet de vonk zijn overgeslaan en er ware liefde tussen de twee ontstaan zijn.

 

Later vertelde Anna Sparre in een interview dat Leopold nog enkele keren zou teruggekeerd zijn tijdens de zomer. Astrid vertelde aan Anna over een aanzoek van “Monsieur Mistère”, maar ze twijfelde. Ze ziet Leopold doodgraag, maar ze vraagt zich af of ze wel in staat is ooit koningin te worden. En ja hoor, op 13 juli schrijft Leopold aan zijn ouders: “Mon bien cher papa, ma bien chère maman, ik heb de roos geplukt”. Op 21 september 1926 wordt de officiële verloving bekend gemaakt. Koning Albert en koningin Elisabeth benadrukken dat dit een huwelijk uit liefde is. En ja hoor , de eerste ontmoeting was gearrangeerd, maar het huwelijk was uit oprechte liefde.    

 

HUWELIJKSPLECHTIGHEDEN.

 

Na de bekendmaking van de verloving waren beide koningshuizen volop in de weer met de voorbereiding van het huwelijk. Dit was niet zo eenvoudig, in Zweden heerste tot 2000 immers het lutheranisme als staatsgodsdienst. Dat Astrid protestants was vond het Belgisch vorstenpaar niet zo erg, Elisabeth zeker niet, zij stond immers open voor andere culturen/godsdiensten. Albert zou oorspronkelijk meer problemen met haar geloof hebben gehad, maar zijn zoon gelukkig zien, maakte veel goed. De Belgische kerk was oorspronkelijk wel tegen, E.H. Kardinaal Van Roey9, de toenmalige aartsbisschop, contacteerde zelfs de paus om te bespreken of er wel een kerkelijke dienst zou plaatshebben. Aangezien de Belgische koninklijke familie katholiek was, werd toch beslist een katholieke plechtigheid te organiseren.

 

Hoewel in Zweden er geen onderscheid gemaakt wordt tussen de kerkelijke- en de burgerlijke plechtigheden, zal het burgerlijke huwelijk toch in Stockholm plaatsvinden. Zowel de Zweedse protestantse aartsbisschop Natan Süderblom als zijn katholieke tegenganger Müller zullen aanwezig zijn. Müller laat zelfs weten verheugd te zijn dat Astrid met een katholieke kroonprins zal huwen, “Ze zal zich sowieso ooit moeten bekeren tot het katholicisme”, aldus Müller. Dit was volgens hem een pluspunt voor katholiek Zweden. 

 

De Belgische koninklijke familie vertrekt naar de Zweedse hoofdstad. Ze mogen er logeren in het koninklijk paleis bij de Zweedse koninklijke hoofden.

 

Van het verblijf van de koninklijke familie in Stockholm doet tevens een leuke anekdote de ronde:

 

Na een wandeling in de hoofdstad zou koning Albert de weg zijn kwijtgeraakt. Na lang zoeken was hij ruimschoots te laat terug aangekomen aan het koninklijk paleis van Zweden. Ondertussen was de wacht gewisseld. De koning zei tegen één van hen dat ze hem moesten binnenlaten. Hij zei in het frans: “Je suis le roi des Belges”, de wachter verstond hem niet waarop de koning deze zin nog eens herhaalde in het Duits en in het Engels. De wachter lachte met hem omdat hij dacht dat het om een of andere gek ging die zich uitgaf voor de koning der Belgen, waarop hij Albert I de toegang tot het paleis weigerde. Dit incident zorgde voor heel wat commotie in Zweden. De wachter werd zelfs op het appel geroepen, maar dit liet Albert niet gebeuren en hij feliciteerde de wachter zelfs, omdat hij zijn werk zo goed deed. Hij liet immers niemand “onbevoegd” binnen.

 

Koningin Astrid had twee huwelijksjurken, een voor de burgerlijke plechtigheid en een voor de kerkelijke plechtigheid.

 

Op 4 november werd de burgerlijke plechtigheid voltrokken in de troonzaal van het koninklijk paleis te Stockholm, genaamd “Rikdagshuset”. Astrid koos zelf haar bruidsmeisjes, onder andere haar zus prinses Märtha, prinses Marie-José van België en haar boezemvriendin Anna Sparre. Het huwelijk werd voltrokken in alle pracht en praal. De burgemeester van de Zweedse hoofdstad huwt het paar. Alle gekroonde hoofden zijn aanwezig op deze plechtigheid. Men maakt een schatting van zo’n 1 200 genodigden.  Heel Zweden viert feest. De Zweedse pers schrijft nog weken lang na over dit huwelijk uit liefde, het feest, de ontelbare cadeaus,… .

 

In Zweden werd een groot afscheidsfeest voor de prinses georganiseerd. De Zweden waren enorm trots dat hun prinses met iemand van zo ver mocht huwen, het was iets exotisch. Anderzijds waren de Belgen ook zeer benieuwd naar deze “fee uit het hoge Noorden”.

 

Op 8 november 1926 is het dan zover, dan krijgen de Belgen prinses Astrid voor het eerst in levende lijve te zien. Astrid komt aan met de “Fylgia”, een prachtig wit, Zweeds jacht. De wachtende massa heeft te lijden onder de extreme koude. Het was er zo drummen dat de pers sprak over gewonden en zelfs over doden! De mensen klauteren in bomen, op lantaarns, op gebouwen, als ze maar een glimp van de toekomstige vorstin kunnen opvangen. Ook de vele schippers willen een goed plaatsje om te kunnen kijken, dus varen ze met hun bootje het schip tegemoet om het zo naar de haven te begeleiden. Onder luid getoeter vaart het schip de Antwerpse haven binnen met aan boord de prinses en de andere leden van de Zweedse koninklijke familie. De prinses was helemaal in het wit gekleed (dit zou haar de direct de naam “de sneeuwprinses” bezorgen) en wuifde de massa al toe van op het schip. De Belgische koninklijke familie stond samen met de burgemeester en enkele andere hooggeplaatsten de bruid op te wachten. Toen gebeurde er iets wat nooit gezien was, het strenge protocol maakte plaats voor de liefde, Leopold en Astrid vlogen elkaar in de armen en kusten elkaar op de mond. De menigte was muisstil. Enkele ogenblikken later begon de massa te juichen en te roepen. De prinses had de harten van de Belgen veroverd, forever. Dit was hun koningin! Het koningshuis was populairder dan ooit! De foto’s van deze innige omhelzing gingen de wereld rond. Alle kranten hadden het over deze ware liefdesomhelzing. Nu moest de koninklijke familie nog door de massa naar het Antwerpse stadhuis geloodst worden. De mensenzee was zo enthousiast dat prinses Ingeborg (Astrid’s moeder nvdr.) zelfs een schoen verloor. Astrid’s vader zou dan weer op zijn beurt zijn hoed zijn kwijtgeraakt en koning Albert verloor zijn degen. De legende wil zelfs dat

 

de prinses aankwam op het stadhuis met beschadigde kleding en een scheef hoofddeksel, zo’n enthousiasme was nooit eerder gezien. Achteraf sprak koning Albert wel nog een hartig woordje met de veiligheidsdiensten.

 

Op 10 november vond het kerkelijke huwelijk plaats in de Brusselse Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal. Het was geen echte huwelijksplechtigheid, maar een ingekorte versie, aangezien de prinses nog steeds protestants was. Er waren wel enkele toegevingen gedaan tegenover de koninklijke familie, zo mocht de plechtigheid plaatsvinden in de kathedraal zelf, en niet in bijvoorbeeld een zijkapel zoals gebruikelijk bij zo’n dienst. Het huwelijk werd ingezegend door kardinaal Van Roey, bijgestaan door vijf Belgische bisschoppen. Aartsbisschop Süderblom werd vriendelijk verzocht de viering niet bij te wonen.


Door haar huwelijk met kroonprins Leopold wordt ze officieel hertogin van Brabant, prinses van België en kroonprinses van België.

 

 

Na vele festiviteiten vertrok het jonggehuwde paar op huwelijksreis aan de Côte d’Azur. Na deze reis vestigden ze zich in het “hôtel Bellevue”, een zijvleugel van het koninklijk paleis. Koningin Astrid zou later schrijven dat ze het een kil en koud paleis vond. Daarom verbleef het jonggehuwde paar regelmatig op het kasteel van Ciergnon, de koninklijke residentie in de Ardennen, een van de vele realisaties van wijlen Leopold II.

 

EEN GELUKKIG GEZIN.  

 

In 1927 was het dan zover. De prinses was voor de eerste maal zwanger. Op 11 oktober van dat jaar schonk Astrid het leven aan Joséphine Charlotte Ingeborg Elisabeth Marie José Marguerite Astrid. Niet alleen de ouders en de andere leden van de koninklijke familie waren gelukkig, ook de bevolking was door het dolle heen. Sommigen vinden het jammer dat er geen troonopvolger geboren is, maar wanneer in februari 1928 de eerste officiële foto’s van het kleine prinsesje verschijnen in de pers is iedereen ontroerd door het kleine, schattige prinsesje. Bij de doopplechtigheid stond de hertogin van Brabant erop haar dochter zelf de kerk binnen te dragen. Astrid wordt vaak beschouwd als hét symbool van een goede moeder, ze voedde immers grotendeels haar kinderen zelf op, ging er zelf mee wandelen,… . Allemaal dingen die tot toen nooit gezien waren binnen de adel. De koninklijke familie verwerft meer en meer populariteit. Overal wordt ze afgebeeld, op blikken dozen, cromo’s, kaarsendozen,… . Na de dood van Astrid zou zelfs een merk van Chicorée naar haar worden vernoemd.

 

 

Op 25 februari 1927 krijgt Astrid van de Belgische regering het nationaal huwelijksgeschenk overhandigd: “het diadeem der negen provincies”, het is met dit diadeem dat ze afgebeeld staat op haar laatste staatsieportret (door Robert Marchand), een beeld dat bij vele Belgen nog vers in het geheugen staat gegrift, een beeld als een statige, mytische en vooral gracieuze vorstin. Het diamanten diadeem werd in 1832, bij het huwelijk van onze eerste vorst, Leopold I, aan zijn bruid en toekomstige eerste vorstin, Louise-Marie d’ Orléans geschonken als geschenk van de toen nog negen provincies van België. Het is tot op de dag van vandaag in koninklijke handen en is een geliefkoosd diadeem van onze huidige koningin Paola.

 

Vanaf de lente in 1928 volgen er een heleboel “blijde intredes”. In juli 1928 bezoeken de prins en de prinses Bergen. Het is heel warm en de prinses draagt een zomers gebloemd kleedje zonder mouwen. De pers haalt later uit naar deze onfatsoenlijke kledij, er wordt zelfs naar haar geloof verwezen. Het is een feit, dat de koningin na bijna twee jaar in een katholiek land te wonen, nog steeds de lutherse godsdienst heeft.

                                                                                                  

In 1929 verhuisde het gezin naar kasteel Stuyvenberg, koningin Astrid voelde zich beter dan ooit, weg uit het kille Bellevue hotel.

 

Wat een feestjaar moest worden voor België, het land bestond immers 100 jaar en er waren een heleboel festiviteiten, kreeg een sombere bijklank door de economische en sociale problemen in ons land. In 1930 legt de koningin een soort examen af waardoor ze officieel tot de katholieke kerk behoort. Later werd de kroonprinses ook gedoopt. In een brief aan haar moeder schreef ze dat nu de enige kloof tussen haar en haar gezin verdwenen was. Ze voelde zich verheugd dat ze nu eindelijk met Leopold te communie kon gaan.

 

Op 7 september 1930 luiden 101 kanonschoten in Brussel. Op Kasteel Stuyvenberg wordt immers een kroonprins geboren. De gezonde jongen krijgt de namen Boudewijn Albert Karel Leopold Axel Marie Gustaaf. Hij krijgt de naam Boudewijn, naar de roemrijke graven van Vlaanderen, en ook naar zijn grootnonkel, de in 1891 op 23-jarige leeftijd overleden zoon van prins Filips, de graaf van Vlaanderen. Deze was troonopvolger en het neefje van Leopold II. (zie KG…). Leopold was bijna te laat voor de geboorte omdat hij in Diksmuide het standbeeld voor generaal graaf Jacques de Dixmude moest inhuldigen. Hij kan nog net op tijd teruggeroepen worden. De troon is verzekerd. De Belgen zijn door het dolle heen. Op 11 oktober wordt het prinsje gedoopt in de kerk van Sint-Jacob-op-de-Coudenberg op het Koningsplein te Brussel. Normaal moest het prinsje worden gedragen door een dienstmeisje, maar doordat deze onwel werd, droeg Astrid alweer haar kind zelf de kerk in, dit tot groot gejubel van het volk, maar tegen de principes van koningin Elisabeth.

Grote reizen…

 

In een interview vertelde Joséphine-Charlotte dat haar ouders vaak verre reizen ondernamen. Koning Albert I wou immers dat zijn zoon en schoondochter een brede kijk op de wereld kregen.

 

In november 1928 vertrekt het vorstenpaar op een 6-maanden durende reis naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. De toekomstige vorstin is wat vermoeid en de dokters raden haar deze reis aan. Ze varen via het Suezkanaal, mede opgericht met de financiële hulp van Leopold II, via de Rode zee zo naar de voormalige Nederlandse kolonie. De koningin voelt zich direct al stukken beter in Indonesië. Alleen is de verbazing groot wanneer de reis zal uitlopen waardoor Joséphine-Charlotte kerstmis bij haar grootouders zal moeten vieren.

 

In de zomer gaat het gezin steevast bij Astrid’s ouders op bezoek in Zweden, dan verblijven ze samen met de Zweedse koninklijke familie op Fridheim. Ook de kinderen houden hier heuglijke herinneringen aan over.

 

In 1932 bezoeken ze Zuidoost-Azië ze bezochten Thaïland, Viëtnam, Cambodja, de Filippijnen en opnieuw Indonesië. De reis viel enorm goed mee en ze werden in alle landen vorstelijk ontvangen. In december van dat jaar reisden ze samen naar Belgisch-Congo. Een zware, lange, maar enorm leerrijke reis. In hetzelfde interview vertelde Joséphine-Charlotte dat haar moeder oog in oog stond met een grote Oerang-Oetang, haar kamerknecht moest haar redden, maar deze was merkelijk stukken banger dan Astrid zelf.

 

KONINGIN DER BELGEN, KONINGIN VAN HET VOLK.

 

Op 17 februari 1934 was koning Albert I afgezakt naar de Waalse gemeente Marche-les-Dames om er een korte rotsbeklimming te maken. Hij was vergezeld van zijn kamerknacht Théophile Van Dycke. Hij vertrok in de namiddag en vroeg aan Van Dycke te wachten bij de auto tot hij zou terugkeren. Hij zou maar een korte tijd wegblijven. Hij keerde echter nooit levend terug. De volgende dag, rond 2.00u in de morgen werd zijn levenloze lichaam teruggevonden aan de voet van de ‘Vieux Bon Dieu”.

 

Op het moment van het dodelijke ongeval waren Astrid en Leopold op skivakantie in Zwitserland. Ze vertrokken als prins en prinses, en keerden terug als koning en koningin. De koning en de koningin werden verwittigd en keerden direct naar België terug. Ze kregen rouwbetuigingen van o.a. toenmalig premier Charles de Broqueville10. Op 22 februari werd de koning-ridder in alle pracht en praal ten grave gedragen. Eén dag later besteeg Leopold de troon. Prinses Astrid wordt de vierde koningin der Belgen.

 

Als koningin veranderde haar leven drastisch, van persoon op de achtergrond werd ze plotseling naar voren geschoven. Ze bleef de mensen helpen en een hart onder de riem steken.

 

Koningin Astrid richtte ook het noodfonds op: “De Oproep van de Koningin”, dit fonds, dat zij zelf leidde, diende om geld en gebruiksvoorwerpen voor de armen en minderbedeelden in te zamelen. Ze schreef brieven en zette annoncen in de kranten. In een mum van tijd werd het fonds overrompeld met pakketten met lakens, dekens, kleren, … . De koningin stortte een half miljoen frank als startkapitaal, de omzet groeide zienderogen tot 18 miljoen frank. Alle kranten hadden het over deze actie. De armen waren Astrid enorm dankbaar.

 

Anderzijds ging Astrid de minderbegoede gezinnen ook een hart onder de riem steken. Ze begon haar bezoeken in West-Vlaanderen, daar was de armoede het grootste. Wervik, Menen, Komen, Kortrijk, … allen kwamen ze aan de beurt. De koningin deelde ook daar geschenken uit. Ze bezocht soms wel 35 gezinnen per dag. Tot op de dag van vandaag vertellen de mensen nog steeds over deze gebeurtenissen, over hoe de mytische vorstin de armen hielp.

VERDRIET OVER HET GANSE LAND.

 

Het koningspaar heeft een enorm drukke agenda af te werken, Astrid en Leopold kijken er naar uit om samen met hun gezin en enkele vrienden de maand augustus door te brengen in Zwitserland. Eindelijk is het zover, ze kunnen vertrekken naar hun vakantieoord in Zwitserland, villa Halishörn, nabij Luzern in Küssnacht. De villa is nog een stulpje van wijlen de Gravin van Vlaanderen, de grootmoeder van de koning, gelegen aan het Vierwoudstedenmeer. Samen met hun gezin en Astrid’s hartsvriendin, Anna Sparre beleven Astrid en Leopold een prachtige tijd. Enkele dagen voor het einde van de maand vertrekken de kinderen al terug naar Laken. Ook Anna Sparre gaat terug naar Zweden. Astrid en Leopold zouden nog enkele dagen blijven, om zo van de laatste dagen van de vakantie te kunnen genieten. Het echtpaar Lebrun, beiden fervent golfspelers en persoonlijke vrienden van het vorstenpaar, komt hun vervoegen.

 

Om Astrid te verrassen had Leopold een cadeau voor haar gekocht: een Packard Cabriolet met open dak. Het was de auto waarvan Astrid al een tijdje droomde, ze had hem voor het eerst in Brussel op het autosalon gezien en was er helemaal in de wolken van. De auto werd  in Zwitserland aan het zomerverblijf zelf afgeleverd. Het zou in deze wagen zijn dat koningin Astrid enkele dagen later de dood vond.

                                                                                                                                                                      

29 augustus 1935, na twee dagen van regen rijst de morgenzon op over het Vierwoudstedenmeer in Küssnacht, vlakbij de koninklijke villa. Het vorstenpaar beslist hun vakantieperiode af te sluiten met een autotochtje in deze prachtige, schilderachtige streek langs het meer. De koning, die zoals bekend een fervent autoliefhebber is, beslist de Packard Cabriolet te besturen. De vorstin nam plaats naast hem, en de chauffeur van de vorsten, Pierre De Vuyst, op de achterbank. Het echtpaar Lebrun volgt het vorstenpaar van op afstand. De Cabriolet rijdt langs het beroemde “Lac des quatre cantons”. Volgens ooggetuigen had de vorstin een kaart van de streek op de schoot, dit moet tussen 9.10u en 9.15u geweest zijn. De koningin wees met haar rechterhand naar het dorpje Rigi. Hierdoor zou de koning afgeleid zijn en de controle over het stuur verloren hebben. De wagen tolde de heuvel af, en reed recht op een boom af. Astrid, die het portier nog probeerde te openen, werd hierdoor uit de wagen geslingerd, en viel met haar hoofd tegen een perenboom. De koning kon nog springen en redde zo zijn leven. De wagen zelf tolde verder de heuvel af en kwam tot stilstand in het meer. De vorst, die licht gewond was, rende naar Astrid toe, zij was er veel erger aan toe, haar gezicht was helemaal bebloed en zat vol met snijwonden. De koning nam Astrid in zijn armen en sprak haar zacht toe. De vorstin was er echter zo erg aan toe dat ze enkele ogenblikken later in de armen van haar echtgenoot overleed.

 

Het echtpaar Lebrun reed intussen naar Küssnacht om hulp. Enige tijd later kwam de arts van het dorpje, dokter Jücker, ook deze kon alleen maar vaststellen dat “de levensgeesten al geweken waren”. Al gauw kwamen verschillende inwoners naar de plaats des onheil afgezakt. Ook de gendarmerie van het dorpje kwam ter plaatse, evenals E.H. Pfister, de onderpastoor van Küssnacht. Deze laatste vroeg aan Leopold of de dame katholiek was, waarop Leopold verward “ja” antwoordde. Vervolgens diende deze kapelaan de vorstin het H. Oliesel toe. Toen was nog niet bekend dat koningin Astrid om het leven was gekomen. Ook de pers was al op de hoogte gesteld dat er zich een ernstig ongeval had voorgedaan nabij Luzern. De eerste fotograaf die aanwezig was, was Willie Rogg, een 25-jarige student, die persfotograaf was als bijverdienste. Deze maakte enkele foto’s van de vorstin en van het wrak en stuurde deze onmiddellijk naar Londen door. Ook van de kisting van de vorstin maakte de student geneeskunde een beroemd plaatje. Op het moment van deze feiten was nog niet bekend dat het om koningin Astrid ging. Enkele kijklustigen meenden Astrid wel te herkennen van op foto’s.

 

De koning was zo verward dat hij de agenten geen nuttige informatie kon verschaffen. Leopold weigerde zelfs zijn identiteit prijs te geven. De gendarmen noteerden dan maar in het politieverslag dat ze een onbekende vrouw dood hadden aangetroffen. Enige tijd later vonden de agenten een clubpaspoort in de wagen van de Touring Club onder de naam graaf van Retie. Pas toen de gendarmen de Touring Club contacteerden, kregen zij uitsluitsel dat het wel degelijk om het Belgische vorstenpaar ging, en dat de mythische vorstin Astrid omgekomen was. Als een lopend vuurtje verspreidde het nieuws zich. In een mum van tijd kwamen de mensen toegestroomd met bloemen. Doordat de koning in shock was, moest hij geen verklaringen afleggen. Nadat vastgesteld werd dat de koning lichtgewond was, hij had immers maar een gebroken rib en enkele kneuzingen, werd hij door de arts van het dorp weggeleid. Het lichaam van de vorstin werd voorlopig gekist en overgebracht naar de koninklijke villa, waar de koning bij het lichaam bleef waken. Het autowrak werd enige tijd later uit het meer gehaald en geborgen. Het wrak kreeg tijdelijk onderdak bij de plaatselijke garagehouder van Küssnacht, E. Mühlemann-Tresch. Na grondig onderzoek op de Cabriolet bleek dat er niets aan mankeerde en dat wel degelijk een stuurfout de oorzaak van het ongeval was. Bij de garagist kwamen mensen toestromen om het wrak van dichtbij te kunnen zien.  Deze garagist was het zo beu dat hij zelfs inkomgeld vroeg om de auto te kunnen bezichtigen, dit tot groot ongenoegen van de Zwitserse regering.

 

Ondertussen deed in België al het gerucht dat een vorstin was omgekomen in Zwitserland. De Belgen dachten eerst dat het om de Engelse koningin ging, maar toen de radiostations het verschrikkelijke nieuws meldden, waren de Belgen in rouw. Mannen vloekten, vrouwen en kinderen huilden. De Belgisch kranten gaven extra uitgaven uit met grote foto’s van de betreurde vorstin. Er heerste een kilte over het gehele land.

 

’s Avonds nog, werd het lichaam van de vorstin overgebracht naar Brussel, dit zou er ’s ochtends aankomen. Het was de vorst zelf die het lichaam van zijn overleden vrouw begeleidde. Toen de trein aankwam in Aarlen stonden al een heleboel mensen de trein op te wachten om hun steun tegenover de vorst te betuigen. Ook de ministers waren aanwezig en reisden samen met de vorst mee naar Brussel, waar de trein aankwam bij het Noordstation. Uit sympathie voor de vorstin werd in het station rouwversiering aangebracht. Ook hier stonden heel wat mensen te wachten om een glimp van de kist te kunnen opvangen. Om 9.00u kwam de trein aan. Een stilte heerste over het station. Iedereen was onder de indruk.

 

De doodsklokken luidden over het land, de vlaggen hingen halfstok, ook die op de wereldtentoonstelling.


Later werd het stoffelijke overschot van de bedroefde koningin naar het koninklijk paleis gebracht. Er werd een speciale rouwkapel ingericht, in dezelfde zaal waar Astrid’s schoonvader, de legendarische Albert I, een jaar eerder ook had gelegen. Nadat de belangrijkste hoogwaardigheidsbekleders afscheid hadden kunnen nemen, werd de pers toegelaten. Rond Astrid lagen palmtakken en witte bloemen… . Nadien kreeg ook de bevolking de kans om hun vorstin te groeten. Met duizenden wilden ze hun koningin een laatste eer bewijzen.

 

De komende dagen zouden de treurigste worden in de Belgische geschiedenis. De hoofdstad werd gesierd met bekende foto’s van Astrid, omgeven door een rouwband.

 

Op 3 september werd de 4e koningin van België ten grave gedragen, amper 29 was ze… . Massaal stroomden de mensen toe, van het koninklijk paleis, langs de St.-Goedelekathedraal, naar de O.L.Vrouwekerk met de koninklijke Crypte te Laken. Militairen vormden een erehaag, er was ook een grote delegatie van mijnwerkers aanwezig. De lijkkist werd in een rouwkoets geplaatst, deze werd rondgereden door Brussel door acht, in-rouwkeding-geklede, paarden. Op het einde van de lange rouwstoet liep Leopold, zijn arm omzwachteld, zijn hoofd vol pleisters, wezenloos voor zich uit te staren. Iedereen kon zijn verdriet zien. Naast Leopold liep Astrid’s vader, prins Carl, de “Blauwe Prins”, altijd lopend in de blauwe kleuren van zijn generaalskostuum, nu in het zwart. Leopold besliste ook om de afstand van de kathedraal tot de crypte te voet af te leggen, om zo zijn echtgenote voor een laatste keer te eren.

 

Bij de plechtigheid in de O.L.Vrouwekerk te Laken waren alle prominenten van België aanwezig. Ook vele staatshoofden voelden zich bij het gebeuren betrokken en zakten naar België af. De wereld was in rouw. De dienst werd geleid door kardinaal van Roey, hij werd bijgestaan door de 14 priesters van Brussel. De koninklijke famile zat vooraan, ook de kleine Joséphine was aanwezig. Na de dienst werd de kist naar de crypte gedragen, daar nam de familie voor de laatste keer afscheid van de alomgeliefde koningin. Een beetje later galmden 19 kanonschoten door Laken, de vorstin werd bijgezet in de tombe naast die van haar schoonvader.

 

Leopold ontving heel wat rouwtelegrammen, onder meer uit onze buurlanden, maar ook van president Roosevelt

 van de VS, van de paus, de koning van Engeland… . De wereld voelde zich betrokken met België en Zweden, want ook zij verloren een geliefde prinses. In vele landen werden weken van rouw afgekondigd, variërend van 2 tot 4.

Nagedachtenis

 

Ook in Küssnacht leefde de bevolking van het kleine dorpje met de Belgen mee. Het stukje grond waar de vorstin was overleden werd door de gemeente aan koning Leopold geschonken. Leopold liet ook de Packard vullen met beton en hem onderdompelen in het diepste gedeelte van het Vierwoudstedenmeer. Zo kon het voertuig nooit meer slachtoffers maken. Op het stukje grond liet Leopold één jaar na het drama, een kapel en een gedenksteen oprichten, toegewijd aan de betreurde vorstin. Ook werd er een kruis opgericht, op de plaats waar de vorstin in de armen van haar echtgenoot overleed. Alles aan de kapel was uit Belgische materialen vervaardigd. Ook in de glasramen staan Astrid en de kinderen afgebeeld. De kapel werd in juni 1936 ingehuldigd. De boom waartegen Astrid dodelijk terecht was gekomen werd beschermd. Helaas werd deze in 1992, tijdens een storm omver gewaaid. In het heemkundig museum van Küssnacht staat nog steeds een stuk van deze boom tentoongesteld in een speciaal voor Astrid opgerichte ruimte.

Na haar dood kwam een ware souvenirhandel op gang. Kaarsen, garen, knopen, koekendozen, boeken, tijdschriften, postzegels, chocoladeprentjes, etc. Er werd zelfs een chicorée-merk naar haar vernoemd en koningin Astrid-pudding gefabriceerd. Alstrid werd, niet onterecht, als een echte heilige aanzien, patrones van de moeders en minderbedeelden. Er ontsond als het ware een Astrid-verering, sterker nog als ten tijde na WOI bij Albert en Elisabeth. Ook de vele doods- en herdenkingsprentjes wijzen op deze cultus. In elke huiskamer was de koningin en haar gezin wel aanwezig, van een kader, tot koekendozen op de schouw of in de kast, tot een verzamelalbum met prentjes of postkaarten … .


 

Naar: VERSCHRAEGEN, M(atthijs), "Koningin Astrid, Fee uit het hoge Noorden", in "Koninghuis Geschiedenis Magazine", jaargang 

UITLEG BIJ DE AFBEELDINGEN.

 

Afbeelding op cover, Koningin Astrid, gefotografeerd door hoffotograaf Robert Marchand, 1932, eigen collectie.

 

  1. Koningin Astrid, borstbeeld van de betreurde vorstin, ca. 1935, door beeldhouwer Demanet, foto uit L’Illustration, juni 1936, eigen collectie.

  2. Oscar Carl Willem Bernadotte, prins van Zweden, zoon van koning Oscar II van Zweden en broer van koning Gustav V van Zweden, vader van koningin Astrid.

  3. Koningin Astrid op 1-jarige leeftijd, 1906.

  4. Mooie foto van een warm gezin. Foto van het gezin van prins Carl en prinses Ingeborg aan het picknicken in de tuin van het zomerverblijf “Fridheim”. v.l.n.r. Margareta, prinses Ingeborg, prins Carl, Märtha, Astrid en Carl jr., foto genomen door Ag. Albert Bonnier, Stockholm, ca. 1917, Koninklijke Verzameling, uit: “Astrid, 1905-1935”, gemeentekrediet, 1985, eigen collectie .

  5. In het Instituut voor Kinderverzorging Barnavård  te Stockholm leerde Astrid de huishoudelijke klusjes, hier leerde zij ook wat het was om met gewone mensen om  te gaan, iets wat haar later populair maakte in de rol als koningin en moeder. Op deze foto werd Astrid gefotografeerd tijdens het strijken, 1924-1925, Coll. Museum van de Dynastie (huidig BELvue-museum Brussel).

  6. Verlovingsfoto van Astrid en Leopold, genomen in het koninklijk paleis te Stockholm, 21 september 1926, foto Lonthie Brussel, 1926, eigen collectie.

  7. Huwelijksfoto van Astrid en Leopold bij hun burgerlijk huwelijk te Stockholm. Astrid droeg een prachtige huwelijksjurk met een      4 meter lange sleep, op haar hoofd droeg ze een kroon van mirtebladeren, foto van postkaart, november 1926, eigen collectie.

  8. De aankomst van prinses Astrid in België, Antwerpen, 8 november 1926. Op de eerste afbeelding zien we hoe de “Fylgia” wordt binnengeleid in de Antwerpse haven, onder gejubel van de toeschouwers en getoeter van de sleepboten. De tweede foto is een foto die de wereld rondging, de legendarische kus op de loopplank van het schip. Het protocol moest plaatsmaken voor ware liefde. De derde foto geeft ons een beeld van het aantal toeschouwers op de grote markt van Antwerpen. Een ware overrompeling, zelfs tot op Brabo zitten kijklustigen om een glimp op te vangen van de toekomstige vorstin. Foto’s uit L’Illustration, juni 1936, eigen collectie.

  9. De kerkelijke plechtigheid vond plaats in de St.-Michiels- en St.-Goedelekathedraal te Brussel op 10 november 1926. Hier zien we het pasgehuwde koppel uit de kathedraal komen, onder een ere-haag van militairen met uitstekende sabels. Foto uit “Astrid Reine des Belges”, door Georges Rency, 1936, eigen collectie.

  10. Astrid op het historische schip “Leopoldville”, op weg naar Belgisch-Congo, omstreeks 29 december 1932, foto, eigen collectie.

  11. Staatsieportret van het nieuw koninklijk gezin.v.l.n.r. prinses Joséphine-Charlotte, koning Leopold III, prins Albert (II) als baby, koningin Astrid en prins Boudewijn (I), 1934, eigen collectie.

  12. Foto uit de reeks persfoto’s, genomen door de student Willie Rogg, kort na het ongeval. Deze foto’s gingen de wereld rond. Op deze foto zien we de Packard Cabriolet van het vorstenpaar tussen het riet in het Vierwoudstedenmeer. Foto genomen op         29 augustus 1935.

  13. Foto uit de reeks persfoto’s, genomen door de student Willie Rogg, kort na het ongeval. Deze foto’s gingen de wereld rond. Op deze foto zien we de oever van het Vierwoudstedenmeer, als we goed kijken zien we ook de wagen liggen in het meer. Enkele kijklustigen bagaven zich ook al naar de plaats des onheils. Foto genomen op 29 augustus 1935.

  14. Foto uit de reeks persfoto’s, genomen door de student Willie Rogg, kort na het ongeval. Deze foto’s gingen de wereld rond. Deze foto is zeer bekend geworden, het toont de voorlopige kisting van de jonge koningin. Foto genomen op 29 augustus 1935.

  15. Reeks foto’s van het wrak van de Packard, de foto’s zijn genomen in de garage van E. Mullemann-Tresh te Küssnacht waar het gerechterlijk onderzoek op de wagen plaatsvond. Na het onderzoek werd geconcludeerd dat er niets fout was aan de wagen zelf. Foto’s uit 1935.

  16. Koningin Astrid opgebaard op haar doodsbed in de rouwkapel van het koninklijk paleis te Brussel. Rond haar liggen witte bloemen en palmtakken. Duizenden mensen kwamen de vorstin een laatste eer bewijzen door haar te komen groeten, 1935.

  17. De plechtige begrafenis van de jonge vorstin, 3 september 1935. Leopold besliste zelf achter de lijkbaar te wandelen naar de koninklijke crypte, om zo zijn bedroefde echtgenote een laatste eer te bewijzen. De koning zijn arm is, evenals zijn gezicht door het zware ongeval omzwachteld. Zijn wezenloze blik toont zijn verdriet. Rechts van hem herkennen we prins Carl van Zweden, Astrid’s vader.

  18. Zicht op het kruis en de kapel, gebouwd ter nagedachtenis van de betreurde vorstin te Küssnacht. Deze kapel werd ingehuldigd één jaar na het drama. Tot op de dag van vandaag komen een hele hoop toeristen deze plek bezoeken. Ook het kruis, waar de koningin in de armen van haar echtgenoot is gestorven staat er nog. De boom waartegen zij uit de cabriolet werd geslingerd waaide om tijdens een wervelstorm in 1992. Er staat nog een klein stompje, de rest van de boom is te bezichtigen in het heemkundig museum van Küssnacht. Postkaart, 1936, eigen colectie.

  19. Enkele doodsprentjes ter nagedachtenis aan koningin Astrid, 1935, eigen collectie.

  20. Postkaart uitgegeven in 1935 door het gemeentebestuur van Küssnacht. Op deze postkaart herkennen we het Vierwoudstedenmeer, het herdenkingskruis links, centraal het bekende staatsieportret, genomen door hoffotograaf Robert Marchand en rechts de kapel. Deze postkaart wordt op de dag van vandaag nog steeds gedrukt. Eigen collectie.

 

VOETNOTEN.

  1. Burggraaf Paul Guillaume van Zeeland, (°Zennik, 11 november 1893 - †Brussel, 22 september 1973) was een Belgisch politicus (CVP), Minister van Staat (1948), burggraaf (1963), Eerste Minister (1935-1937), Minister van Buitenlandse Zaken (1935-1936, 1949-1954)

  2. Huis Bernadotte, oorspronkelijk Frans geslacht dat regeert over Zweden (1818-heden) en Noorwegen (1818-1905). De huidige Zweedse koning Carl XVI Gustav en zijn gezin stammen nog steeds af van dit eeuwenoud geslacht.

  3. Oscar Carl Willem van Bernadotte, (°Stockholm, 27 februari 1861 - †Stockholm, 24 oktober 1951) prins van Zweden, zoon van de Zweedse koning Oscar II (1872-1907), broer van de latere koning (Oscar) Gustav V van Zweden (1907-1950), huwde in 1897 met prinses Ingeborg van Denemarken. Het paar kreeg 4 kinderen, waaronder koningin Astrid (1905).

  4. Koning Oscar Frederik van Bernadotte, (°Stockholm, 21 januari 1829 - †Stockholm, 8 december 1907) koning van Zweden onder de naam Oscar II (1872-1907), koning van Noorwegen (1872-1905), huwde in 1857 met Sophia van Nassau-Weilburg (°1836-†1913), hij was de vader van prins Carl en koning Gustav V, hij was de grootvader van koningin Astrid.

  5. Prinses Ingeborg van Denemarken, (°Kopenhagen, 2 augustus 1878 - †Stockholm, 12 maart 1958) prinses van Denemarken, prinses van Zweden (1897), dochter van de Deense koning Frederik VIII. In 1897 huwde ze met de Zweedse prins Carl, het paar kreeg 4 kinderen, waaronder Astrid (1905).

  6. Koning Frederik VIII van Denemarken, (°Kopenhagen, 3 juni 1843 - †Hamburg, 14 mei 1912) koning van Denemarken (1906-1912). In 1869 huwde hij met Louise van Zweden (°1851 - †1926), hij was de vader van prinses Ingeborg, dus de grootvader van Astrid.

  7. Koning Oscar Gustav Adolf van Bernadotte, (°Slot Drottningholm, ten westen van Stockholm, 16 juni 1858 - †Stockholm, 29 oktober 1950) koning van Zweden onder de naam Gustav V (1907-1950). In 1881 huwde hij met prinses Victoria van Baden (°1862 - †1930), Gustav V was de broer van prins Carl, dus de (lievelings)oom van koningin Astrid.

  8. “Princesse de Réthie” ≈ adelijke titel van Retie, (vaak graaf en gravin van Retie) een neptitel, in het leven geroepen door Albert I en Elisabeth.De titel verwijst naar de Antwerpse gemeente Retie. Ze gebruikten deze titel om incognito te reizen. Later werd deze titel verder gebruikt door koningin Astrid en koning Leopold III. Bij zijn tweede huwelijk met Mary Lilian Baels gaf Leopold zijn echtgenote de titel “prinses van Retie”. Tot op de dag van vandaag is deze titel nog steeds niet officieel hoewel hij steeds vermeld wordt op officiële documenten.

  9. E.H. Kardinaal Jozef Ernest van Roey, (°Vorselaar, 13 januari 1874 - †Mechelen, 6 augustus  1961) was aartsbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel (1926-1961)

  10. Graaf Charles Marie Pierre Albert de Broqueville, (°Postel, 4 december 1860 - †Brussel, 5 september 1940) was een Belgisch politicus (CVP), Eerste Minister (1911-1918, 1932-1934), Minister van Spoorwegen, post en telegrafie (1910-1912), Minister van Landsverdediging (1912-1917, 1926-1931), Minister van Binnenlandse Zaken (1918-1919), Minister van Buitenlandse Zaken (1917-1918), Minister van Nationaal Herstel, wederopbouw (1918-1918), Minister van Landbouw (1932-1932), Minister van Middenstand (1932-1932). Sinds 1918 was de Broqueville Minister van Staat.

COLLECTIE.

Afbeelding 1. Handtekening van kroonprins Leopold en kroonprinses Astrid in een gulden boek uit 1924 (handtekeningen kunnen slechts ten vroegste vanaf 1926 dateren), collectie Matthijs Verschraegen.

BRONNEN.

BIBLIOGRAFIE.

- Bammens, Astrid, « Astrid, Koningin der harten », Standaard Uitgeverij, 2005

- d’Ypersele de Strihou, Anne, « Astrid, 1905-1935 », Gemeentekrediet, 1985

- Rency, Georges, « Astrid, Reine des Belges », Uitgeverij Henri Bertel, Brussel, 1936

- Van Daele, Henri, « Zes koninginnen », Lannoo, 1996

- Demullier, Luc ; Heirman, André « Het nieuws van de XXste eeuw, deel I (1900-1949) », Scoop, 1999

- Bauwens, Jan, « Koningen & Koninginnen, Prinsen en prinsessen », Helios N.V., 1979

PERS.

- Le Soir, 30/8, 31/8, 1/9, 2/9, 3/9 & 4/9/1935

- Le Soir Illustré, 7/9/1935, Numéro Spécial 1935

- L’Indépendance Belge, 30/8, 31/8, 1/9, 2/9, 3/9 ,4/9 & 5/9/1935

- Het Laatste Nieuws, 30/8/1935

- Le Patriote Illustré, 8/9/1935

- Ons Land, 7/9/1935

- Pim Illustré-La Meuse, 08-09/1935

- L’ Art Belge, Astrid, Reine des Belges, l’Album du Souvenir

- A-Z Illustré, 9/1935

- De Dag, 1/9/1935

- L’Illustration, 6/1936

- De Zweep, 8/9, 15/9 & 22/9/1935

- Paris-Soir, 31/8/1935

GERAADPLEEGDE WEBSITES.

- www.wikipedia.org (Biografische aanvullingen)

Afbeelding 1. Koningin Astrid zoals ze wordt herinnerd door vele Belgen, naar het portret dat hoffotograaf Robert Marchand maakte kort voor haar tragische overlijden. De niet-geretoucheerde foto, collectie Matthijs Verschraegen. 

ALGEMENE BIOGRAFIE.

 

VOLLEDIGE NAAM.

Astrid Sofia Lovisa Thyra Bernadotte (van Zweden).  

NAAM VADER.

Oscar Carl Wilhelm Bernadotte. 

NAAM MOEDER.

Ingeborg Charlotte Carolina Frederika Louisa van Denemarken. 

GEBOORTEPLAATS EN -DATUM.

Stockholm (Zweden), 17 november 1905.

OVERLIJDENSPLAATS EN -DATUM.

Küssnacht am Rigi (Zwitserland), 29 augustus 1935.

HUWELIJK.

Met de Belgische kroonprins Leopold. 

Stockholm (Zweden), 4 november 1926.

Brussel, 10 november 1926.

KINDEREN.

Joséphine-Charlotte (°1927), Boudewijn (°1930) en Albert (°1934).

TITELS.

Koningin der Belgen (1934-'35), kroonprinses van België (1926-'34), prinses van Zweden, hertogin van Brabant. 

Meer weergeven
matthijs
intrests
others

Verzamelingen

Belgisch koningshuis

Belgian History on paper

Zwalm

Politiek België

social media

Facebook

Twitter

Instagram

Whatsapp

LinkedIn

  • Facebook

© 2016-2020 by Matthijs