Prinses Stéphanie van België,

°Laken, 21 mei 1864 - +Pannonhalma (Hongarije), 24 augustus 1945.

ALGEMENE BIOGRAFIE.

VOLLEDIGE NAAM.

Stéphanie Clotilde Louise Hermine Marie Charlotte van Saksen-Coburg en Gotha, prinses van België

 

NAAM VADER.

Koning Leopold (II) van België

NAAM MOEDER.

Koningin Marie-Henriëtte van België

 

GEBOORTEPLAATS EN -DATUM.

Laken, 21 mei 1864

OVERLIJDENSPLAATS EN -DATUM.

Panninhalma (Hongarije), augustus 1945

 

HUWELIJK.

Met aartshertog Rudolf van Oostenrijk-Hongarije, 10 mei 1881

Met Elemér Edmund Lònya, graaf en vorst de Nagy-Lònyay en Vàsàros-Nàméndy, 22 maart 1900

KINDEREN.

Aartshertogin Elisabeth Marie van Oostenrijk (°1883 - +1963)

 

TITELS.

Prinses van België, prinses van Saksen-Coburg en Gotha, aartshertogin van Oostenrijk-Hongarije, kroonprinses van Oostenrijk-Hongarije

Prinses Stéphanie: Kroonprinses die nooit keizerin werd…

 

Ook al hebben de meeste sprookjes een happy end, toch zullen we zien dat het levenspad van Stéphanie niet vlekkeloos verliep. Na een moeilijke jeugd, onder het juk van een cynische vader en een vaak radeloze moeder, werd Stéphanie op 17-jarige leeftijd uitgehuwelijkt aan kroonprins Rudolf van Habsburg (Oostenrijk). Een belangrijke rol was voor haar weggelegd, aan het Habsburgse hof zou ze de rol van Sissi waarnemen bij diens overlijden en regeren als keizerin van Oostenrijk. Helaas besliste het noodlot er anders over… Tot groot ongenoegen van familie en schoonfamilie koos ze ervoor, na de zelfgekozen dood van haar echtgenoot, haar eigen weg te volgen in het leven. Als vrijgevochten vrouw zou ze zélf haar geluk bepalen en zou ze zélf over haar toekomst beslissen.

JEUGD.

Begin 1864 was Marie Henriette, de tweede vorstin van België, opnieuw zwanger. Hoewel ze vijf jaar eerder al een zoon had gebaard, hoopte  haar echtgenoot, de nukkige Leopold  II, vurig  op een zoon. Dochters kwamen niet in aanmerking voor de troon en dienden dus enkel, aldus Leopold, als “huwelijksmateriaal”. Om de wortels van de Belgische dynastie te versterken, waren erfgenamen van het mannelijk geslacht nodig. Op 21 mei van datzelfde jaar was het dan zover. Onze tweede koningin baarde een dochter. Niet bepaald een schoonheid; ze had immers dezelfde haakse, lange neus als haar vader en een benig gelaat met diep in de kassen liggende, kleine ogen, maar Stéphanie Clotilde Louise Hermine Marie Charlotte werd algauw de oogappel van haar oudere broer en zus. Een mooie, zorgeloze “fantasy-prinsessenjeugd” was er voor haar, haar broer en zus niet weggelegd. Met aan het hoofd van hun persoonlijke opvoedingsequipe gouvernante Legrand kregen ze een heuse “meisjes-in uniform-opvoeding”. Enkele van de vaste regels waren: ’s zomers om 5 uur uit bed, ’s winters om 6 uur. Tevens gold er een absoluut spreekverbod tijdens het wassen (met ijskoud water) en aankleden en met de ijzeren liniaal werd elke kleinste ondeugendheid met harde hand bestraft. Wanneer de prinsjes iets fout deden, waren de gouvernantes vaak erg creatief in hun straffen, zo gebeurde het wel meer dan eens dat de prinses enkele uren met de blote knieën op gedroogde erwten mocht doorbrengen.

 

In haar uitgebreide autobiografie zou ze later schrijven: “Mijn vader had weinig tijd om zich met zijn vrouw en kinderen bezig te houden”. Volledig aangewezen op het lot van de gouvernantes beleefden ze als het ware een ouderloze jeugd. “Het gezinsleven trok hem trouwens weinig aan. Het is droevig en ontmoedigend te bedenken dat mijn vader en mijn moeder, twee wezens die alles hadden om gelukkig te zijn, nooit in een betere verstandshouding hebben kunnen leven. Ze hebben mekaar helaas nooit begrepen. Hun wegen hebben elkaar één enkele keer gekruist, en zijn dan voorgoed uit elkaar gelopen. Hij koos de weg van de onverschilligheid en overspel, zij aanvaardde die van de berusting, de eenzaamheid en de smart”. Met deze passage uit haar memoires kunnen we een perfect beeld schetsen in welke pijnlijke omstandigheden dat Stéphanie haar jeugd doorbracht; in de luxe van een prachtig kasteel, maar met onverschillige, radeloze ouders en zo toevertrouwd aan de harde hand van roekeloze gouvernantes.

Wanneer Stéphanie zeven jaar was, kreeg het meisje een ernstige variant van vlekkentyfus. Haar leven hing aan een zijden draadje. Zelfs Leopold, die anders weinig om zijn kinderen gaf, bleef aan het ziekbed waken. Nadat ze de laatste sacramenten had toegediend gekregen, bood er plotseling een onbekende dokter uit de Ardennen zijn hulp aan. Deze raadde het meisje een koud-bad-kuur, afgewisseld met veel verse lucht aan. Wonder boven wonder herstelde het meisje van de levensbedreigende ziekte. Zo ook keerden de oude sferen terug in het ouderlijke Laken.

 

Aartshertog Rudolf van Oostenrijk-Hongarije: Vrouwen, jacht en braspartijen.

Toen Stéphanie de leeftijd van vijftien bereikt had, begon Leopold voorzichtig naar een geschikte huwelijkskandidaat te zoeken. Koning Alphoso XII van Spanje(1) werd dadelijk door Leopold afgewezen. Na na het mislukte huwelijk van zijn oudste dochter Louise, moest een huwelijk van Stéphanie een meesterzet worden. Het toeval bestond dat op datzelfde moment ook de Oostenrijks-Hongaarse keizer Frans-Joseph(2), volop bezig was met en zoeken naar een geschikte huwelijkskandidaat voor diens troonopvolger kroonprins Rudolf(3). En potentiële vrouw moest volgens Frans-Joseph niet enkel in staat zijn een goede keizerin te zijn, deze moest ook “waken” over Rudolf, die er een wispelturig, flamboyant en vaak ook extreme levensstijl op nahield.

 

Het is vaak ook in deze terminologie dat zijn levenswandel uitgebreid in de pers verscheen. Al van op jonge leeftijd ontwikkelde hij goede kansen om het mooie rijk verder te zetten, mede door bedachtzame keuzes die hij vaak leek te maken. Rudolf's liberale gedachtegoed, bij velen fel afgekeurd, konden aan het hof op sympathie rekenen. Er was echter ook een andere Rudolf, deze die al van op jonge leeftijd een obsessie had voor jagen. Hij leek dit eerder te doen om zich af te reageren dan voor de sport. Zo organiseerde hij vaak jachtpartijen die soms enkele weken in beslag namen. Deze beleefde hij in een select gezelschap van enkelingen, waaronder hoog adellijke prinsen, die dezelfde passie met hem deelden. Zo leren we graaf de Bombelles en prins Filips van Saksen-Coburg en Gotha(4), de latere echtgenote van prinses Louise van België, kennen. Ook had Rudi een zwak voor vrouwen. Zo gebeurde het wel meer dan eens dat na zijn fanatieke jachtpartijen er op de jachtkastelen helse feesten uitbraken. Op deze feestjes, met onder andere graaf de Bombelles (die gekend stond in Wenen op jonge leeftijd orgiën te organiseren) en wat andere vrienden, werden vaak ook jonge, wulpse meisjes uitgenodigd. Deze moesten er dan weer voor zorgen dat de prinsen een leuke nacht tegemoet gingen.

 

“Rudi” was de oudste zoon van keizer Frans-Joseph van Oostenrijk-Hongarije en diens echtgenote, de sprookjesachtige hertogin Elisabeth in Beieren(5), beter bekend als Sisi. In zijn jeugd was Rudolf een zeer pientere kerel die al van jongs af aan precies wist wat hij wou, wat er van hem verlangd werd en welke rol hij zou gaan spelen in het machtige Oostenrijks-Hongaarse rijk. Rudolf was zeer kieskeurig  wat vrouwen betrof. Zo had hij een huwelijksaanzoek van Mathilde van Saksen afgewezen met als reden dat “zij de aanleg tot zwaarlijvigheid had en zelfs de elementaire regels van lichamelijke hygiëne veronachtzaamt”. Ook was hij niet erg geneigd vlug een vaste relatie aan te gaan. Zo schreef Rudolf aan zijn vertrouwensman von Latour, het volgende: “Ik ben niet in de wieg gelegd voor echtgenoot en zolang ik het verhelpen kan, zal ik het ook niet worden”. Hij wist precies wat hij te verliezen had bij een huwelijk, maar kon niet doorgronden wat hij te winnen had. Echter, mede door zijn patriottistische gedachtegoed zou hij later toch een huwelijk met Stéphanie aangaan.

 

“Befehl ist in der Tat Befhel”.

Het was dan ook met zo’n gedachtengoed dat de 22-jarige Rudolf, vergezeld door één van zijn minnaressen zoals later zou blijken,  op 4 maart 1880 te Brussel aankomt om Stéphanies hand te vragen. Horend dat de kroonprins onderweg was riep de vorst Stéphanie bij zich en zei haar koel “De kroonprins van Oostenrijk-Hongarije is onderweg om je hand te vragen. Je bent uitverkoren om keizerin te worden. Ga terug naar je kamer en denk goed na. Morgen verwacht ik een antwoord”. Leopold en Marie Henriette beschouwden het als een hele eer dat hun dochter keizerin zou worden en probeerden haar dan ook met zoveel mogelijk argumenten te overtuigen. Het feit dat ze Rudolf nog niet had ontmoet, wuifde Marie Henriette gewoonweg van tafel: “Ook ik ben getrouwd op mijn vijftiende zonder je vader te kennen, dat is het lot van aanstaande vorstinnen”. Onder het juk van haar ouders, besliste Stéphanie in te gaan op het nakende aanzoek van de kroonprins.

 

“Ook ik ben getrouwd op mijn 15de zonder je vader te kennen, dat is het lot van aanstaande vorstinnen”.

Koningin Marie Henriëtte van België (1836-1902).

 

Al bij al viel de eerste ontmoeting nog mee, zou Stéphanie later schrijven. Ze vond Rudolf charmant, niet onsympathiek en samen praatten ze over het leven aan het Weense hof. Haar moeder, die zelf een Oostenrijkse was, had haar het hoofd op hol gebracht over dat sprookjesachtige Weense Hof. De verhalen die Rudi er over vertelde deden deze illusie alleen nog maar versterken. Op het einde van de middag schoof Rudolf haar een prachtige diamanten ring om de vingers en zonder er doekjes om te winden, vroeg hij haar ten huwelijk. Haar antwoord bedroeg kort: “ja”. Koning Leopold wreef in zijn handen. Zijn dochter zou keizerin van Oostenrijk, Hongarije, Bohemen, Dalmatië en Kroatië worden. Pas later zou blijken dat het huwelijk al van voor het begonnen was, gedoemd was te mislukken.

 

Over het huwelijk van de “libertijnse losbol” en Stéphanie zou de Engelse auteur en biograaf Theo Aronson schrijven: “Wat deze briljante jongeman nodig had, was een sympathieke en intelligente vrouw. In plaats daarvan kreeg hij de zelfgenoegzame, onnozele Stéphanie”. Ook de prinses haar aanstaande schoonmoeder, keizerin Elisabeth, alias Sisi, heeft dezelfde dunk over haar schoondochter. Gedurende haar leven aan het Habsburgse hof, zal Sisi haar blijven treiteren. Ze zal blijvend aangesproken worden door de keizerin met termen als: “onbeduidend gansje”, "lelijke olifant" of “die obelisk van tactloosheid”.

Het huwelijk, dat oorspronkelijk was gepland om in december 1880 plaats te hebben, werd verdaagd naar mei 1881. De prinses zou op haar jeugdige leeftijd immers lichamelijk nog niet volgroeid zijn, om een huwelijk aan te gaan. Het huwelijk werd uitgesteld “tot wanneer de prinses rijp is voor het moederschap en opgehouden is kind te zijn”. Deze late fysieke ontwikkeling, zou het gevolg geweest zijn van de levensbedreigende ziekte die de prinses op zevenjarige leeftijd bijna het leven had gekost, aldus Marie Henriette.

 

De ontgoocheling van een eerste huwelijksnacht.

Na enige omwentelingen werd de officiële datum voor de huwelijksinzegening vastgelegd op 10 mei 1881. De koninklijke familie werd uitgewuifd door honderden Belgen die kwamen opdagen aan het station waar de keizerlijke trein de prinses naar Wenen vervoerde. Leopold zou haar later achterna reizen.

 

“Vous allez nous quitter, princesse, pour devenir archiduchesse. Et sur le trône des Habsbourg. Faire couler le sang des Cobourgs”. Zo luidde het refrein van een van de zovele liedjesschrijvers uit die tijd, betreffende het huwelijk van de prinses. 

 

Het zou werkelijk een prachtige dienst worden. Honderden kaarsen en hemelse koorgezangen gaven een ware Weense tint aan de viering. Vanuit verschillende Europese vorstenhuizen was er een afvaardiging. Politici, adel, clerus, maar ook het gewone volk; iedereen wilde het huwelijk van de kroonprins meemaken, en vooral… een glimp van hun aanstaande keizerin opvangen. De plechtigheid werd ingezegend door kardinaal Schwarzenberg. De bruid droeg een lange bruidsjurk, afgewerkt met zilverbrokaat en diamanten. Na een lange preek en het uitwisselen van de trouwringen die nog toebehoord hadden aan keizerin Maria-Thérésia en hertog Franz van Lorreinen, was de dienst afgelopen. Zonder haar echtgenoot écht te kennen, in het gedachtegoed dat nog van een kind was, werd ze totaal onwetend naar het altaar geleid. De feestelijkheden konden beginnen, Wenen was in de ban van het huwelijk en er werd gefeest tot in de vroege uurtjes.

Stéphanie beleefde deze feestelijkheden echter op een geheel andere manier. Vol ontgoocheling zou ze later schrijven: “Op datzelfde moment was ik al een martelares”. Over haar huwelijksnacht schreef ze het volgende: “Ik dacht dat ik zou sterven van wanhoop. Wat een nacht, wat een lijden, wat een kwelling. Een vreselijke ontgoocheling: ik wist niets (…). En nu waren al mijn illusies, mijn jongemeisjesdromen, aan scherven gevallen. Ik rilde van de kou, ik sidderde van de koorts, buiten was het noodweer. Regen en sneeuw sloegen tegen de ruiten”. Hierin was Marie Henriette misschien als moeder tekort geschoten, misschien had ze haar dochter moeten inlichten over wat van een kersverse echtgenote werd verwacht. Was dit één van de gevolgen doordat zij zelf een gearrangeerd huwelijk was aangegaan? Ze had toch al eens datzelfde meegemaakt toen haar oudste dochter, prinses Louise, wenend na haar eerste huwelijksnacht terug kwam?

 

“Coco und Coceuse”.

Hoewel Rudolf er nog steeds een losbandig leven had op nagehield, nam hij het zich voor het zijn echtgenote zo goed mogelijk naar haar zin te maken. Van de ene op de andere dag zei hij zijn oude leven vaarwel en probeerde hij zich te concentreren op zijn echtgenote en op gezinsgeluk. Samen met de kersverse aartshertogin, die nog in shock was van wat er haar de afgelopen nacht was gebeurd, maar die toch openstond voor haar echtgenoot, begon hij ’s anderendaags uitvoerige gesprekken te voeren. Beetje bij beetje, weliswaar na een moeizame weg, begonnen ze elkaar te respecteren. Ze brachten een mooie tijd samen door, misschien meer vriendschappelijk, maar deze vriendschap zou al na een korte tijd wonderbaarlijk omslaan in liefde. De toegevingen van beide kanten en  het respect dat ze elkander gaven, groeide na wat eerst een onmogelijk huwelijk leek, toch uit tot een mooie verbintenis. Samen schreven ze bedankjes voor hun huwelijk en zo leerden ze elkaar beter en beter kennen. Zij noemt hem “Coco”, Hij haar “Coceuse”. De eerste jaren van het huwelijk leek hun verstandhouding toch niet zo slecht te zijn. Het paar reisde enorm veel. Het waren ook deze reizen die elkaar dichter bijeen brachten. Ze bezochten Italië, Hongarije, Griekenland, Corinthië, Constantinopel en Libanon. In 1882 zou Stéphanie aan haar zus, prinses Louise, schrijven: “Rudi is werkelijk een modelechtgenoot, wij verstaan elkaar wonderbaarlijk goed. In een woord, lieve zus, ik ben gelukkig”. Met haar schoonvader Frans-Joseph, had ze een uitermate goede verstandhouding. Met hem kon ze uren babbelen over politiek, maar ook over geheel andere zaken. Ook haar familie in België was ze niet vergeten. Ze schreef regelmatig brieven aan haar jongste zus prinses Clémentine, met wie ze een innige vriendschapsband opbouwde. Op momenten dat Clémentine het moeilijk zou krijgen, was haar zus één en al oor voor haar problemen. Ook van haar ouders kreeg ze sinds haar huwelijk meer sympathie dan ooit.

 

Rudolf en Stéphanie, een fatale verhouding?

Zoals later blijkt aan de lengte van de vorige paragraaf, was het geluk van Stéphanie aan het Habsburgse hof maar van korte duur. Uit deze korte periode van ware passie werd Stéphanie zwanger. Het koppel bereidde de geboorte samen zeer goed voor. Voor Rudolf betekende de bevalling echter een dubbele teleurstelling. Op 2 september 1883 werd er een meisje geboren. Ze zou de naam Elisabeth-Marie dragen, naar haar geliefde grootmoeder Sisi. Algauw kreeg ze de roepnaam Erzi. Hoe meer de aanstaande keizerin zich ontwikkelde tot knappe en intelligente vrouw, hoe meer Rudolf haar negeerde, en erger nog, haar alleen liet. Door de uitspattingen van haar man raakte Stéphanie bovendien nog eens besmet met de geslachtsziekte gonorroe, wat haar bovendien onvruchtbaar maakte. Een tweede teleurstelling voor Rudolf, maar nog een ergere beproeving voor Stéphanie. Het feit dat zij juist de gevolgen van de ontrouw van haar man moest dragen, werden naderhand ondraaglijk. Rudolf nam een radicale beslissing. Hij had niets meer te winnen bij Stéphanie en koos terug voor zijn oude leventje. Hij begaf zich zowel in hoge kringen van economen en intellectuelen, in de wereld van het gewone volk, als in die van prostituées en wilde feestjes. Hij schreef boeken over zijn reizen, interesseerde zich in politiek en werd vaak gespot in radicale, mysterieuze kringen. Hij joeg op everzwijnen, herten en rokken.

 

Terwijl Stéphanie haar rol als kroonprinses vervulde en haar officiële verplichtingen vervulde bleken er verschillende dingen veranderd… Rudolf was niet meer de intellectuele prins van weleer. Er was iets grondig aan hem veranderd, niet enkel zijn groot drinkgelag, zijn helse feestjes, zijn grenzeloze, verslavende jachtpartijen baarden zijn familie zorgen, ook zijn depressieve en wispelturig gedrag viel niet in goede aarde. Ook psychologisch ging de prins achteruit. Meer en meer ruilde hij zijn gewone, officiële leven in voor een donker en wild nachtleven. Ook een nieuwe obsessie kwam in zijn leven; als het ware een drang naar de dood. Het kwam ook meer en meer tot hardnekkige situaties tussen de twee. Het gebeurde steeds vaker dat er harde woorden maar ook harde klappen vielen. Nadat de Belgische prinses haar man weer maar eens betrapt had op overspelig gedrag, besloot ze hem op te sluiten in een donker vertrek in het kasteel. Wanneer hij zich kon bevrijden, was hij razend. Het had geen haar gescheeld of hij beging een moordpoging op Stéphanie… Pas toen besefte ze dat er iets mis was met haar echtgenoot. Haar schoonfamilie minimaliseerde echter het gedrag van hun zoon en ook dat maakte haar nog meer radeloos. Stéphanie en Rudolf waren nu echt vervreemd van elkaar. Bij ene zekere graaf Arthur Potocki van Galicië9 vond ze eindelijk weer wat genegenheid. Om haar verliefdheid wat te camoufleren – ze was nog steeds erfgenaam van de Oostenrijkse troon – waren er periodes dat ze Rudolf weer beminde. Het was in deze periode dat Rudolf aan zijn goede vriend en schoonbroer, Filips van Saksen-Coburg en Gotha het volgende toevertrouwde: “Stéphanie denkt alleen maar horizontaal, nooit verticaal”. Volgens hem had ze een vlakke geest en was ze uitermate egocentrisch. Als moeder was ze een mislukkeling, er waren maanden dat ze Erzi niet zag, niet naar haar kind taaide. Erzi zou dan ook enkel op hem afgesteld zijn, aldus Rudolf. Er zouden zelfs aanwijzingen geweest zijn dat Rudolf wou scheiden, hij zou hierover gesprekken gevoerd hebben met paus Leo XIII, die dit, tevens als de Oostenrijkse keizer, radicaal zou afgekeurd hebben. Eén ding staat echter vast…

 

… in de nacht van 30 op 31 januari 1889 pleegde Rudolf zelfmoord. Dit, nadat hij eerst een kogel door het hoofd van zijn minnares had geboord. Ze hadden afgesproken samen de dood in te gaan. Eindelijk had hij iemand gevonden, Maria von Vetsera, één van zijn minnaressen, die zó verliefd was op hem, dat ze met hem de dood wou ingaan.

 

Meer over het drama te Mayerling? Lees ons artikel: “Bloednacht te Mayerling” op blz. 17

 

Opeens stond Stéphanie in de kou. Zijn fanatiek denken was hem fataal geworden. De droom om ooit over Oostenrijk en haar beminde Hongarije te mogen regeren spatte uiteen. Haar schoonfamilie negeerde haar. Het leek of ze zijn dood in haar schoenen wilden schuiven. Nog zo jong en al weduwe, aan één ding wist ze zich vast te klampen: ooit zou ze het geluk terugvinden, al zou iedereen haar in de steek laten!

 

Het was de auteur Martin Ros die de relatie tussen Stéphanie en Rudolf aankruiste als “een fatale relatie”, dat hun verschillende karakters en interesses elkaar tot het uiterste dreven…

 

“Hamlet” ofwel de Poolste Graaf Arthur Potocki

 

Geschokt door de dood van Rudolf bleef Stéphanie alleen achter. Haar familie en schoonfamilie leek haar in de steek te laten. De enige waarvan ze nog een beetje respect mocht ontvangen was haar schoonvader, de keizer, die steeds een goede vriend bleef.

 

Leopold, van zijn kant, was al volop bezig Stéphanies toekomst aan het voorbereiden: Stéphanie moest huwen met de opvolger van Rudolf, aartshertog Franz-Ferdinand10. Zo zou zijn dochter toch nog keizerin worden. Echter was dit plan buiten de wil van de prinses gerekend. Er was al een nieuwe man in haar leven. Al van voor de dood van Rudolf zou ze een relatie hebben gehad met de Poolse graaf Arthur Potocki, wat begon als een zeer hechte vriendschap, groeide snel uit tot innige liefde. Copyright Shakespeare, noemde zij hem Hamlet en hij haar Ophelia in hun brieven aan elkaar. Potocki, hoogwaardigheidsbekleder aan het Poolse hof en afstammend uit een roemrijke familie, was een weduwnaar. Hij was gehuwd geweest met prinses Rosa Lubomirski en vader van twee kinderen. Op 16 maart 1890 overleed hij echter na een zware operatie aan een ernstige variant van tongkanker. Voor de tweede maal in nog geen anderhalf jaar tijd was Stéphanie in diepe rouw. Hoewel deze relatie geheim moest blijven, liet ze een grote krans met camelia’s op zijn graf leggen.    

 

Gelukkig bij een “schaapherder”

 

Het liefst zou ze terug willen keren naar Laken, waar misschien nog de gelukkigste jaren van haar leven lagen… . Leopold echter, besliste daar anders over en verplichte haar in Wenen te blijven, en daar zat ze dan, opgesloten in de gouden kooi van slot Laxenburg, totaal genegeerd door haar schoonfamilie en vergeten door Oostenrijk, het land waar ze zoveel zou hebben voor betekend.

Na enkele jaren in deze “ballingschap” geleefd te hebben, ontmoette ze de eveneens uit Polen afkomstige Elemér Lónyay, graaf en vorst van Nagy-Lónya en Vásáros-Namény11. Deze Poolse graaf, afstammend uit een lagere adellijke familie van baronnen, viel direct bij Stéphanie in de smaak, en ze beschouwden elkaar als lotgenoten, wat meteen een goede band schiep. Ruim 10 jaar na de dood van Rudolf en Arthur willen ze hun lot officieel verenigen. Het paar wou huwen. Frans Joseph, die verveeld zat met de zaak, maar besefte dat Oostenrijk de prinses liever kwijt dan rijk was, gaf onverschillig zijn zegen voor het huwelijk. Wanneer Leopold echter van deze verbintenis gehoor kreeg, verplichtte hij zijn dochter direct de relatie met “deze schaapherder”, verwijzend naar zijn lage adellijke afkomst, stop te zetten. Stéphanie dreef echter haar wil door en huwde met Elemér op 22 maart 1900 te Miramar. Leopold trok hier zijn conclusies uit, onterfde haar en trok haar jaarlijkse wedde van 50 000 frank in. Na lang aandringen van Frans Joseph  zou ze deze toch nog terug kunnen ontvangen. Eén ding stond echter vast, met het huwelijk met de Poolse graaf had Stéphanie eindelijke de ware gevonden, een man met wie ze haar oude dag wou slijten, in een romantische  liefde tussen twee mensen... Het paar vestigde zich in Hongarije, het land waarvan de prinses steeds gehouden had, het land waar ze haar steeds met warmte hadden ontvangen.

 

In 1917, kort voor de Hongaarse dubbelmonarchie, werden Elemér en Stéphanie benoemd door keizer Karl I, tot vorst en vorstin van Lonyay. Wanneer ze echter in 1935 haar memoires publiceerde onder de titel: “Ich sollte Kaiserin werden”, een autobiografie met een nogal scherpe kritiek op het Oostenrijkse keizershuis en haar overleden echtgenoot Rudolf, kreeg de Belgische prinses een felle ruzie met haar enige dochter, Erzi. Deze krachtige, fel geëmancipeerde vrouw, met wie Stéphanie lang een goede relatie had, keerde haar moeder definitief de rug toe. Haar vader beschouwde ze immers als een held.

 

23 augustus 1945. Op 81-jarige leeftijd, op de vlucht geslagen voor het Rode leger, overleed prinses Stéphanie in het benedictijnerklooster van Pannonhalma (Honagrije). Haar man, met wie ze zovele mooie en innige jaren had beleefd, zou haar maar enkele maanden overleven en overleed in juli 1946 in Budapest. Beiden werden bijgezet in de “Krypta der Stiftskirche” te Pannonhalma. Het enige wat Stéphanie de Belgische staat had nagelaten, was een zilveren servies. Toen Erzi, die zelf was onterft, hoorde van een nalatenschap aan de Belgische Staat, spande ze direct een rechtszaak aan tegen de staat. Ze haalde haar gelijk en de staat werd verplicht haar de helft van het servies terug te betalen, zo’n slordige anderhalf miljoen franken.             

 

De Rode Hertogin

 

Erzi12, de enige dochter van Stéphanie en Rudolf, huwde in september 1902 met de Oostenrijkse prins Otto zu Windisch-Graetz13. Het ongelukkige huwelijk bereikte een hoogtepunt toen de hertogin op haar steeds overspelige echtgenoot schoot, en maar net miste. 22 jaar na hun verplichte huwelijk, zou het koppel scheiden. De aartshertogin, steeds door haar familie vertroeteld geweest en in de watten gelegd, ontwikkelde dezelfde scherpe ideeëngang van haar vader. Na de tweede wereldoorlog zou ze huwen met de Duits-socialistische leraar en politicus Leopold Petznek14. Dit huwelijk en haar sterk socialistische ideeën, zouden haar de bijnaam de “Rode Hertogin” geven. Hoewel ze een goede verstandhouding met haar tante, prinses Clémentine koesterde, vervreemde ze totaal van haar eigen moeder, prinses Stéphanie. Na de dood van Leopold, in 1956, haar tweede man, zonderde ze zich volledig af van de buitenwereld. De enigen waaraan ze nog liefde kon schenken, waren haar afgerichte Duitse herders, die ze had opgeleid om haar ten allen tijde te beschermen. Ze overleed in 1963 op 79-jarige leeftijd. Ze schonk het leven aan 4 kinderen.

___________________________

 

Uitleg bij de afbeeldingen:

 

  1. Prinses Stéphanie, kroonprinses die nooit keizerin werd…

  2. Prinses Stéphanie als kleuter. “Photo Ghémar Frères, Bruxelles”, carte de visite, ca. 1866, collectie Ralf De Jonge.

  3. Prinses Stéphanie midden de jaren ’70 van de 19e eeuw. Carte de visite, “G. Schepper, Wiesbaden”, ca. 1877.

  4. Kroonprins Rudolf van Oostenrijk-Hongarije, “jagen op reeën, herten en rokken”.

  5. Officieel verlovingsportret van kroonprins Rudolf en prinses Stéphanie. “Photo Ghémar Frères, Bruxelles”, foto 1880.

  6. Familieportret n.a.v. de verloving van de toekomstige aartshertogin met aartshertog Rudolf. V.l.n.r.: keizer Frans-Joseph van Oostenrijk-Hongarije; koning Leopold II van België; keizerin Elisabeth (Sisi), hertogin in Beieren; de verloofde, prinses Stéphanie van België; aartshertog Rudolf; en koningin Marie Henriette van België, tevens ook aartshertogin van Oostenrijk. Ludiek aan deze opname is het feit dat de keizer niet op de verlovingsplechtigheid aanwezig was en dat deze opname dus getrukeerd was. Gravure, 1880.

  7. Sfeerbeeld van de feestelijkheden te Wenen n.a.v. het huwelijk van Rudolf en Stéphanie: een feestelijk stoet trok door de straten.

  8. Prinses Stéphanie in Oostenrijkse, regionale klederdracht.

  9. Prinses Stéphanie met haar dochter, Elisabeth-Marie (Erzi).

  10. De geliefde van prinses Stéphanie die het lijden aan het Oostenrijkse hof lichter maakte: de Poolse graaf Arthur Potocki de Galicië.

  11. “Le Comte et Comtesse Lonyay”, Graaf Elemér Lonyay en prinses Stéphanie in de periode rond hun huwelijk. Postkaart, ca. 1900, collectie van de auteur.

  12. Elemér en Stéphanie op latere leeftijd als vorst en vorstin van Lonyay. Gelukkig met “een schaapherder”, zoals Leopold het zo plastisch uitdrukte. Gelukkig met elkaar hun oude dag doorbrengend. Collectie Ralf De Jonge.

  13. Erzi met haar eerste echtgenoot, Otto zu Windisch-Graetz, van wie ze later zou scheiden. Ook dit was een gearrangeerd huwelijk.

 

Noten:

 

  1. Marie-Henriette van Oostenrijk, (°Pest, 23 augustus 1836 - †Spa, 19 september 1902), aartshertogin van Oostenrijk, koningin der Belgen (1865-1902) en moeder van Stéphanie.

  2. Leopold (II) van Saksen-Coburg en Gotha, (°Brussel, 9 april 1835 - †Laken, 17 december 1909), koning der Belgen (1865-1909) en vader van Stéphanie.

  3. Alphonso XII van Spanje, (°Madrid, 28 november 1857 - †El Pardo, 25 november 1885), koning van Spanje (1874-1885).

  4. Franz-Joseph (I) Karel van Oostenrijk, (°Wenen, 18 augustus 1830 - †Wenen, 21 november 1916) keizer van Oostenrijk (1848-1908), koning van Hongarije (1848-1916) en koning van  Bohemen (1848-1916). Hij arrangeerde mede het huwelijk van Leopold II met Marie Henriette. Hij was de schoonvader van prinses Stéphanie (x kroonprins Rudolf van Oostenrijk-Hongarije).

  5. Rudolf van Oostenrijk-Hongarije, (°Slot Franzenburg, 2 augustus 1858 - †Mayerling, 30 januari 1889), aartshertog van Oostenrijk, kroonprins van Oostenrijk-Hongarije en echtgenoot van prinses Stéphanie.

  6. Filips van Saksen-Coburg en Gotha, (°Parijs, 28 maart 1844 - †Coburg, 4 juli 1921), was één van de betere vrienden van kroonprins Rudolf, tevens was hij de schoonbroer van Stéphanie (x Prinses Louise van Saksen-Coburg en Gotha).

  7. Louise van Saksen-Coburg en Gotha, (°Laken, 18 februari 1858 - †Wiesbaden, 1 maart 1924), was de zus van prinses Stéphanie, tevens was ze de echtgenote van Filips van Saksen-Coburg en Gotha (zie 6.)

  8. Elisabeth in Beieren, (°München, 24 december 1837 - †Genève, 10 september 1898), “Sisi”, aartshertogin in Beieren, keizerin van Oostenrijk-Hongarije (1854-1898), was de echtgenote van keizer Frans-Joseph (zie 4.), de moeder van kroonprins Rudolf en de schoonmoeder van prinses Stéphanie.

  9. Arthur Potocki de Galicië, (°Krzeszowice (Polen), 14 juni 1850 - †16 maart 1890), graaf van Potocki.

  10. Frans Ferdinand van Oostenrijk-Este, (°Graz, 18 juli 1863 – †Sarajevo, 28 juni 1914), aartshertog van Oostenrijk-Este, na Rudolf’s dood, kroonprins van Oostenrijk-Hongarije. De moord op hem en zijn vrouw (1914), wordt aanzien als één van de aanleidingen tot WOI.

  11. Elemér Edmund Lónyay, (°Hongarije, 24 augustus 1863 - †Boedapest, 29 juli 1946), graaf en vorst van Nagy-Lónya en Vásáros-Namény, was de tweede echtgenoot van prinses Stéphanie.

  12. Elisabeth-Marie van Oostenrijk, (°Laxenburg, 2 september 1883 - †Wenen, 16 maart 1963), “Erzi”, aartshertogin van Oostenrijk, was de enige dochter van Stéphanie en Rudolf.

  13. Otto zu Windisch-Graetz, (°1873 - †1952)

  14. Leopold Petzneck, (°1881 - †1956), was een Duits leraar en socialistisch politicus voor de sociaal-democratische partij. Hij was één van de sleutelfiguren bij de volksopstand in 1934 en werd tijdens WOII bijna doodgemarteld door de nazi’s. Hij was de tweede echtgenoot van Erzi.

 

Bibliografie:

 

- De Jonge, Ralf, « Van Louise-Marie tot Astrid, Kostbare Parels aan de Belgische Kroon », Manteau, 2009

- Van Den Berghe, Jan, « Het Intieme Dagboek van een Koningshuis, Roman van een Dynastie », Uitgeverij Helios nv., 1980

- Elgklou, Lars, « Koninklijke Minnaars en Minnaressen, Echtscheidingen, Bastaardkinderen, Bigamie, Verhoudingen », Standaard    Uitgeverij, 1985

- De Lys, Frederic, « De Verbazende Belgische Dynastie », Lombard Uitgeverij, 1978

- Van Den Berghe, Jan, « De Habsburgs en de Coburgs, liefde en tragiek van twee dynastieën », Uitgeverij Helios nv., 1984

- Van Cruyningen, Arnoud, «Stéphanie, een onbeminde Kroonprinses », Royals, jaargang 10 n°. 7, juli 2009

- Van Dale, Henri, Weber, Patrick, « Twaalf prinsessen », lannoo, 2003

- Ros, Martin, « Bloednacht Mayerling 1889-1945 », Uitgeverij Hadewijch nv. – Antwerpen/Baarn, 1989

- Kerkvoorde, Mia, « Vorsten en Vorstinnen, Beroemde brieven uit het Belgisch Vorstenhuis », lannoo, 1994           

 

Geraadpleegde Websites:

 

 

ALGEMENE BIOGRAFIE.

In voorbereiding.

COLLECTIE.

Afbeelding 1. Voor- en achterkant van een gesigneerde kabinetfoto door prinses Stéphanie van België, aartshertogin van Oostenrijk-Hongarije, gericht aan "S. A. I. la Princesse Laetitia d'Aoste", januari 1903. Collectie Matthijs Verschraegen. 

 

 

 

 

BRONNEN

Matthijs Verschraegen, januari 2020

Meer weergeven
matthijs
intrests
others

Verzamelingen

Belgisch koningshuis

Belgian History on paper

Zwalm

Politiek België

social media

Facebook

Twitter

Instagram

Whatsapp

LinkedIn

  • Facebook

© 2016-2020 by Matthijs